Lesidee: Latijnse voorzetsels

Latijnse voorzetsels leren vinden leerlingen vaak lastig. Door de betekenis te visualiseren kun je de Latijnse praepositiōnēs makkelijk leren en onthouden. Ook zijn nuanceverschillen duidelijker: want wat is het verschil tussen 'ad' en 'in', als in de woordenlijst bij beide woorden 'naar' als vertaling staat?
Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Lesideeën en materiaal om Latijnse voorzetsels makkelijk en leuk te doceren

Wie had gedacht dat je rondom Latijnse voorzetsels zulke leuke lessen zou kunnen geven? Hieronder volgt een korte beschrijving van hoe de voorzetsels meestal onderwezen worden, hoe ze ook anders onderwezen zouden kunnen worden en vooral hoe je met de voorzetsels aan de slag kunt gaan.

Via onderstaande links kun je lesmateriaal over de Latijnse voorzetsels gratis downloaden en volgen er een aantal lesideeën en andere tips.

Voorzetsels Latijn

Zo gaat het meestal…

De voorzetsels bij Latijn zijn een beetje een ondergeschoven kindje. In de Latijnmethodes en tijdens de lessen wordt er niet of nauwelijks aandacht aan besteed. Over de Latijnse voorzetsels zelf is ook niet bijster veel te vertellen: het zijn veelal kleine, onverbuigbare woordjes die voor een zelfstandig (voor)naamwoord of (voor)naamwoordengroep staan. Zo’n voorzetselsgroep heeft in de zin de functie van bijwoordelijke bepaling en geeft dus informatie over tijd, plaats, middel, wijze, etc. Voorzetsels gaan altijd met een vaste naamval: sommige voorzetsels gaan met de accusativus, andere gaan met de ablativus en een klein aantal kan zowel een aanvulling in de accusativus of ablativus krijgen. Nota bene: voorzetsels met de dativus en genitivus komen in het Latijn niet voor (wel in het Grieks).

Vervolgens krijg je een lijst met voorzetsels (zie onder) en die dien je dan uit het hoofd te leren. Als je geluk hebt staan er bij de voorzetsels nog een aantal voorbeeldzinnen, maar meestal worden de voorzetsels als losse woordjes gegeven bij de behandeling van het gebruik van de accusativus en ablativus en staan de voorzetsels zelfs verspreid over de verschillende woordenblokken in het boek.
Met als gevolg dat de leerlingen eigenlijk niet goed begrijpen waarom er een bepaalde naamval achter die voorzetsels staat en de betekenis van de voorzetsels vaak opnieuw opgezocht moet worden in een woordenlijst of woordenboek, omdat die woordjes “zoveel kunnen betekenen”.

… maar zo kan het ook!

Het helpt om voor de voorzetsels echt een aparte les uit te trekken. Ikzelf doe dat meestal op het moment dat mijn leerlingen in de onderbouw de ablativus onderwezen krijgen. Ik overspoel ze dan niet direct met alle gebruikswijzen van de ablativus. Er is immers maar één ablativus, zoals professor Caroline Kroon altijd voorhield tijdens haar colleges en in haar Latijnse Syntaxis – et recte dicebat). Daarom leer ik ze eerst de ablativus als verplichte aanvulling na voorzetsels, zoals ook in het Nederlands nog altijd voornaamwoorden veranderen na een voorzetsel.

We zeggen namelijk: ‘met mij’ en niet ‘met ik’. De vorm ‘ik’ verandert dus na voorzetsels in ‘mij’. Dit soort voorbeelden kunnen de leerlingen helpen de voorzetsels met hun bijbehorende naamvallen te begrijpen.

Om een grammaticale verhandeling te voorkomen laat ik mijn leerlingen vooral zien wat voorzetsels zijn: ik ga voor, achter, op, onder, naast een stoel staan en vertel in het Latijn wat ik doe. Zo kunnen ze zien en horen wat de voorzetsels zijn en welk effect ze hebben in een zin. Op dit punt is input het belangrijkste: ik verwacht niet dat ze meteen zelf de voorzetsels kunnen gebruiken, maar ik laat ze zoveel zien dat ze wel begrijpen wat de woorden betekenen. Na veel voorbeelden met korte zinnetjes -voor de variatie niet alleen met een stoel (sella), maar bijvoorbeeld ook met een tafel (mensa) of met het bord (tabula alba/electronica)-, kan ik de interactie met de klas aangaan door hen te vragen wat ik doe: ‘Ubi magister stat?’ De leerlingen: ‘In sella!‘ En dan herhaal ik hun antwoord weer in een volledige Latijnse zin: ‘Bene respondistis, discipuli: Magister in sella stat.

De voorzetsels in, super, apud, prope, sub, infra, supra, circa, per, inter visueel uitgelegd.

Visualisatie van de voorzetsels geeft meer houvast dan een woordenlijst

Aan de slag met voorzetsels: een voorbeeld

Na de les is het tijd om de leerlingen aan het werk te laten gaan met een opdracht. Dat zou kunnen door ze een tekst te laten vertalen en te hopen dat ze sporadisch een voorzetsel in het wild tegenkomen, maar het kan ook door een actieve opdracht, waarbij de leerlingen niet om de Latijnse voorzetsels heen kunnen.Bij deze opdracht is het namelijk de bedoeling om door middel van korte Latijnse zinnetjes te beschrijven waar verschillende dieren, mensen en voorwerpen zich ten opzichte van elkaar bevinden.

Zes plaatjes waarop een man en een stier in verschillende posities t.o.v. elkaar staan. (Naar de stier, de stier in, bij de stier, in de stier, van de stier vandaan, uit de stier)

Het verschil tussen ad ‘naar’ en in ‘naar (binnen)’ is in het Nederlands wat onduidelijk, maar een afbeelding laat vrij helder zien dat het toch echt twee verschillende situaties zijn.

In dit gratis te downloaden bestand staat een pagina uit ‘Latin for beginners’ van Angela Wilkes. Dit blad print ik uit voor mijn leerlingen en vervolgens krijgen ze de opdracht om in het Latijn de verschillende vragen op minstens twee tot drie verschillende manieren te beantwoorden. 
Alleen al op de vraag ‘ubi est avus?’ zou je vele verschillende antwoorden kunnen geven:

– ‘Avus super lectulum/in lectulo est/sedet.’
– ‘Avus in mediano iuxta/prope/apud mensam est.’
– ‘Avus apud/prope serpentem/colubram est.’

Een andere opdracht die de leerlingen dwingt om intensief met de voorzetsels aan de slag te gaan is om ze zelf een tekening te laten maken met daarin een aantal voorzetsels visueel weegegeven. Dit is het beste te doen door de leerlingen een lijst met voorzetsels van plaats te geven.

Hoe minder grenzen je aan deze opdracht stelt, des te creatiever de leerlingen omgaan met de verschillende weergaven van de voorzetsels. Hier drie voorbeelden: 
– An adventure with a lion
– Latijnse voorzetsels – Stier 
– Latijnse voorzetsels in woord en beeld

De mogelijkheden zijn eindeloos: mindmaps, infographics, posters, eigen geschreven verhalen met voorzetsels en plaatjes.

Ook de combinatie etymologie en Latijnse voorzetsels kan een interessante zijn. Via Woordenweb kunnen leerlingen zelf naar andere afleidingen van de voorzetsels zoeken.

Het bespreken van de Cricetusopdracht kan klassikaal, maar ook in groepjes, waarbij de leerlingen elkaar ondervragen: Ubi sedet avus? Ubi vides testudinem? Estne aranea in loculo?

Een afbeelding met verschillende figuurtjes die handelingen uitvoeren om de Latijnse voorzetsels uit te leggen.

Er zijn verschillende afbeeldingen online om de voorzetsels mee uit te leggen of de leerlingen een oefening te laten doen.

Als de leerlingen door middel van de verschillende opdrachten de voorzetsels een beetje onder de knie beginnen te krijgen, is het een kwestie van de kennis herhalen en bijhouden. Dat kan onder andere via deze online oefening die mooi aansluit bij de opdracht ‘Ubi est cricetus?’.

Voor nog meer inspiratie kun je bijvoorbeeld kijken naar deze SlideShare van Óscar Ramos, een docent Latijn uit Spanje. Ook zoeken op Google Images naar voorbeelden van hoe je voorzetsels kunt weergeven kan je op nieuwe ideeën brengen.

Handige links & downloads

Reacties

Casper Porton

Blijf op de hoogte
en mis niets!

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen en onze activiteiten?
Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief!