Addisco Onderwijs - Griekse en Latijnse Taal en Cultuur SitemapForum Klassieke TalenOver Addisco OnderwijsInloggenInschrijven  
   
   
   

U bent hier: Home » Blog » Hoe klonk het Latijn?

   
   

Hoe klonk het Latijn?
De wetenschappelijk gereconstrueerde uitspraak van het klassiek Latijn

Hilversum - vrijdag 12 juni 2015; 16:17 uur - Casper Porton
   
   

Hoe heeft het Latijn geklonken? Hoe weten we hoe het Latijn uitgesproken werd? Waarom is het belangrijk ons hiermee bezig te houden? Allemaal goede vragen waarop ik in dit artikel antwoord probeer te geven.

Als docent Latijn en Latijnspreker hoor ik vaak dat we helemaal niet zouden weten hoe het Latijn geklonken heeft. Maar dat is niet zo. We weten namelijk vrij goed hoe het Latijn in de verschillende periodes uitgesproken is. Zolang archeologen geen geluidsopnames vinden met daarop redevoeringen van Cicero zelf, zullen we het natuurlijk nooit 100 procent zeker weten, maar we komen dicht in de buurt.

   
   
   
   

Drie manieren van Latijn uitspreken

   
   

Er zijn grofweg drie manieren om het Latijn uit te spreken: de gereconstrueerde en ecclesiastische uitspraak en de zogenaamde schooluitspraak.

In Nederland is de meest gebruikte manier de schooluitspraak: leerlingen leren dat de c altijd als een /k/ klonk en dat de u uitgesproken moet worden als een /oe/, maar verder spreken ze de woorden uit volgens de Nederlandse uitspraakregels en nog erger: met de Nederlandse beklemtoning.

 

De andere twee uitspraken zijn zogenaamde historische uitspraken: de gereconstrueerde uitspraak van het klassiek Latijn en de wat latere ecclesiastiche of kerkuitspraak van het Latijn. Deze uitspraken houden rekening met de juiste beklemtoning en met de lengtes van de klinkers. De ecclesiastische is een meer Italiaanse uitspraak van het Latijn. Een woord als caelum (hemel) klinkt dan als /tsjeeloem/. In dit artikel ga ik in op de gereconstrueerde uitspraak van het klassiek Latijn.

   
   
   
   

Hoe weten we hoe het Latijn geklonken heeft?

   
   

Het standaardwerk op het gebied van de Latijnse uitspraak is het boek Vox Latina - A Guide to the Pronunciation of Classical Latin Link opent in een nieuw scherm van William Sydney Allen.

W. Sidney Allen was een Engelse linguist en filoloog die veel onderzoek heeft gedaan naar de Indo-Europeese fonologie. In 1965 bracht hij na verschillende andere publicaties het boek Vox Latina uit (Cambridge University Press). Drie jaar later verscheen de Griekse versie Vox Graeca Link opent in een nieuw scherm.

Het gaat nu wat ver om alle methodes die Allen heeft toegepast uitvoerig te bespreken, maar de belangrijkste bewijzen voor zijn reconstructies zijn de volgende:


[Links met dit icoontje Link opent in een nieuw scherm leiden naar een externe website.]

 

  1. In de oudheid werd er door grammatici al over de uitspraak geschreven. We kunnen dus uit eerste hand lezen waar in de mond bepaalde klanken werden uitgesproken;
  2. Romeinen waren dol op woordgrapjes en klankeffecten en het nadoen van natuurlijke geluiden;
  3. De manier waarop Latijnse woorden in andere talen worden uitgesproken ;
  4. De ontwikkeling van de Romaanse talen (Frans, Italiaans, Spaans, Roemeens, etc)
  5. De manieren waarop de Romeinen hun woorden in letters weergaven (spellingconventies) met inbegrip van spelfouten (die zijn zeer veelzeggend);
  6. De interne structuur van het Latijn zelf, waaronder de verschillende metrische patronen.

Het is verder belangrijk je te realiseren dat er variaties in de uitspraak waren, zoals vandaag de dag ook in onze eigen taal of zoals bij het Engels. Je kunt zo horen waar iemand vandaan komt.

   
   
   
   

Gereconstrueerde uitspraak klassiek Latijn

   
   

Hieronder volgt een omschrijving van de verschillende klanken van het Latijn met daarbij Nederlandse namen van dieren om een zo goed mogelijke benadering van de klanken te krijgen.

 

Mijn cursisten hebben toegang tot online geluidsfragmenten en horen mij natuurlijk Latijn spreken tijdens de lessen. In de toekomst hoop ik meer geluidsfragmenten te uploaden op deze site.

   
   
   
   

Klinkers

Het Latijn kent zes klinkers (a, e, i, o, u, y) die zowel lang als kort konden worden uitgesproken. De lange klinkers worden in de betere Latijnmethodes (zoals Lingua Latina van Ørberg) en in woordenboeken

 

 

aangegeven met een liggend streepje boven de betreffende klinker. Zo'n liggend streepje heet een macron. De i-grec (y) of griekse ij werd in het Latijn als de Griekse upsilon uitgesproken (als onze u).

   
   

Korte klinkers

Letterteken Klank Uitspraak
a /a/ ram
e /e/ ekster
i /i/ kip
o /o/ bok
u /oe/ gnoe
y /u/ fuut

 

Lange klinkers

Letterteken Klank Uitspraak
ā /aa/ aap
ē /ee/ eend
ī /ie/ mier
ō /oo/ konijn
ū /oe/ langoer
/uu/ vuursalamander

 

   
   
   
   

Tweeklanken (diftongen)

   
   

Net als in het Nederlands bestaan er ook combinaties van klinkers die samen op een bepaalde manier worden uitgesproken.

De combinaties bestaan telkens uit een a, e, o of u plus een e, i of u.

De ae en de oe werden eerder gespeld als ai en oi.

In feite is de uitspraak van de klanken precies waar ze voor staan. Eu is niet zoals in de schooluitspraak een ui-klank, maar een kort achter elkaar uitgesproken e met u (= /oe/), dus /ew/.

 


Letterteken Klank Uitspraak
ae < ai /aj/ taigagaai
au /ow/ pauw
ei /ej/ reeën
eu /ew/ leeuw
oe < oi /oj/ ooievaar
ui /oej/ zeekoeien

 

   
   
   
   

Halfklinkers (semivocalen)

   
   

De i en u werden soms ook als medeklinkers gebruikt. In sommige edities worden ze dan als een j of v gespeld. Als je de v als een /oe/ uitspreekt als het gevolgd wordt door een klinker, bijvoorbeeld in het woord vinum /oeienoem/. Dan gaat de eerste klank vanzelf als een brede w klinken, zoals in het Engelse wine en wind. Maar dus niet als onze Nederlandse w of v.

 


Letterteken Klank Uitspraak
i /j/ jakhals
u /w/ angwantibo; niet als in walvis

 

   
   
   
   

Medeklinkers (consonanten)

   
   
Letterteken Klank Uitspraak
b /b/ bij
bs /ps/ rups
bt /pt/ reptiel
c /k/ kat
ch /kh/ eekhoorn
d /d/ das
f /f/ flamingo
g /g/ grizzlybeer; nooit als in giraffe of
guppy
gn /ngn/ langnekmoeras-schildpad
gu /gw/ pinguin
h /h/ hond
k /k/ koala
l /l/ lama
m /m/ mol
n /n/ nijlpaard
ng /ng/ dingo
p /p/ paard
ph /ph/ kemphaan
qu /kw/ quokka
r /r/ ratelslang
s /s/ spin; nooit als z
su /sw/ koekoekswever
t /t/ tijger
th /th/ fluithaas
v /w/ angwantibo
x /ks/ ekster
z /z/ zebra

 

 

  • de b klonk aan het einde van het woord ook als een /b/. Zeker als er een klinker op volgt kan je de b goed horen: ob amōrem: /o-ba-moo-rem/.

  • De ch was een geaspireerde k-klank als in het Engelse cat.

 

 

  • De g klonk als een Engelse of Franse /g/.
  • De g werd genasaliseerd als er een n op volgde. Magnus 'groot' klonk dus als /mang-noes/.
  • De h werd veel lichter uitgesproken dan dat wij dat nu zouden doen.

 

  • De -m aan het einde van woorden werd ook heel licht (en bijna genasaliseed) uitgesproken.


  • De ph was een geaspireerde p, zoals je ook nog in het Engels hoort bij de uitspraak van bijvoorbeeld power.
  • De r werd achter de tanden uitgesproken als een rollende r: "Danoontje powerrrrrr!"

 

  • De combinatie -ti- klinkt altijd als in reptiel
  • De th was een geaspireerde t als in het Engelse top.
  • De v klonk als een brede w-klank, als in het Engelse wind of wine.
   
   
   
   

Latijnse klemtoon

   
   

De klemtoon in het Latijn is relatief eenvoudig (enkele uitzonderingen buiten beschouwing gelaten):

  • bij eenlettergrepige woorden kan de klemtoon niet missen;
  • bij tweelettergrepige woorden valt de klemtoon altijd op de eerste lettergreep;
  • bij drie- of meerlettergrepige woorden valt de klemtoon op de voorlaatste of voorvoorlaatste lettergreep (van achteren).

 

De klemtoon is dus eigenlijk alleen een probleem bij drie- of meerlettergrepige woorden:

  • De klemtoon valt op de voorlaatste lettergreep als die lettergreep lang is. Dat betekent dat die lettergreep een lange klinker of tweeklank bevat (zie boven) of een gesloten lettergreep is (eindigt op een medeklinker).
  • In alle andere gevallen is de lettergreep kort en valt de klemtoon op de voorvoorlaatste lettergreep.
   
   
   
   

Waarom zouden we het Latijn zo uitspreken?

   
   

Waarom al die moeite doen om een dode taal uit te spreken? Wat maakt het allemaal uit? In mijn optiek is het belangrijk om het Latijn zo goed mogelijk uit te spreken om een indruk te krijgen van hoe de antieke teksten geklonken hebben. We moeten ons goed realiseren dat de teksten in die tijd bedoeld waren om voorgelezen te worden, niet om in stilte te lezen.

 

De vorm van de teksten was minstens zo belangrijk als de inhoud en door de teksten goed uit te spreken krijgen we een indruk van de verschillende klankeffecten waarvan de teksten doorspekt zijn. Door rekenening te houden met korte en lange klinkers is het juist beklemtonen van woorden en het metrisch lezen van poëzie ook een stuk makkelijker.

   
   
   
   
Addisco Zomerschool Latijn

Leer ook Latijn spreken tijdens de Addisco Zomerschool in augustus »

   
   
   
   

Categorieën

 

 

   
  Omhoog  
   
   
   

Reacties op 'Hoe klonk het Latijn'


comments powered by Disqus
   
  Omhoog