Komen er vragen over grammatica op het CE Grieks?

Welke grammaticale vragen stellen ze op een eindexamen Grieks, hoe bereid je zulke vragen voor en hoe geef je zo antwoord dat je alle punten haalt? Ze stellen maar twee typen vragen op het eindexamen Grieks over de grammatica. Daarop kun je je goed voorbereiden: duik mee in het werkwoordaspect en de verschillen tussen Nederlands en Grieks!

Directe & indirecte grammaticavragen

Vragen over de grammatica op het eindexamen Grieks gaan vooral over het gebruik van tijd, niet over modi als optativus, conjunctivus of constructies als a.c.i. of genitivus absolutus. Er zijn -kort door de bocht- twee typen grammaticale vragen te onderscheiden.

1. directe vragen

  • CE Grieks 2022-1 (Homerus): Beschrijf de aspectswaarde van elk van deze twee persoonsvormen. Betrek in je antwoord de betekenis van beide persoonsvormen.
  • CE Grieks 2019-1 (Herodotus): Verklaar het gebruik van deze werkwoordstijd.
  • CE Grieks 2018-2 (Homerus): In deze regels staat slechts één persoonsvorm in het imperfectum.
    a. Citeer de desbetreffende Griekse persoonsvorm.
    b. Verklaar het gebruik van het imperfectum in deze context.
  • CE Grieks 2013-2 (Euripides): Regel 476 ἔσωσά en regel 481 ἔσῳζε Verklaar het verschil in het gebruikte aspect. Ga in je antwoord op het aspect van beide werkwoordsvormen in.

2. indirecte vragen

  • CE Grieks 2023-3 (Euripides): Regel 504 Αὐδῶ t/m σώφροσιν Deze regel wordt door G. Koolschijn als volgt vertaald: ‘Ik zeg u rustig: bind mij niet, beheers u.’
  • In de vertaling is de grammaticale structuur van het Grieks niet volledig overgenomen. Leg dit uit met betrekking tot δεῖν. Ga in je antwoord in op zowel het Grieks als de vertaling.
  • CE Grieks 2018-1 (Homerus): Deze woorden worden door B. Bijnsdorp als volgt vertaald: “of hij smekend het mooie meisje bij de knieën zou vatten”.
  • In de vertaling is de grammaticale structuur van het Grieks niet geheel overgenomen. Leg dit uit met betrekking tot λίσσοιτο. Ga in je antwoord in op zowel het Grieks als de vertaling.
  • CE Grieks 2012-2 (Euripides): Ἐκερτόμει μολών
    Deze woorden worden door W. Courteaux en B. Claes als volgt vertaald: ‘Hij wou gaan bespotten.’
    Op welk grammaticaal gegeven in het Grieks is het woord ‘wou’ gebaseerd?
  • CE Grieks 2014-1 (Plato): Regel 1 Ὦ Σώκρατες t/m συγγενέσθαι σοι
    Deze woorden worden door O. Damsté als volgt vertaald: “Sokrates, al voordat ik u ontmoette, hoorde ik vaak van u vertellen”.
    Citeer het Griekse tekstelement waarop de vertaling ‘vaak’ gebaseerd is en licht je antwoord toe.

‘Verklaar het aspect van werkwoord [X]’

Je ziet dat de directe vragen over grammatica allemaal over de tijd van een werkwoord gaan. Vraagformulering is als volgt:

  • Verklaar/licht toe het gebruik in tijd.
  • Beschrijf/Leg uit het aspect/de aspectwaarde van het werkwoord.
  • Verklaar het verschil in tijdsgebruik tussen werkwoord [A] en werkwoord [B].

Wat willen ze weten?
Noteer eerst voor jezelf welke tijd het werkwoord is. Over het algemeen vragen ze naar praesens, imperfectum, aoristus. Vervolgens kijk je naar de inhoud van de tekst: welke situatie is hier gaande?

Imperfectum

Het imperfectum (onvoltooid) duidt een onvoltooide handeling aan in het verleden. Dat is het basisaspect van het imperfectum. Daaruit komen andere ideeën/smaken voort:

  1. onvoltooid (de handeling was nog gaande)
  2. achtergrond (het werkwoord beschrijft de toestand, vaak in contrast met de focushandeling in aoristus)
  3. langdurig (het werkwoord beschrijft een handeling die langere tijd innam) / duratief
  4. herhalend (de handeling vond in het verleden regelmatig plaats) / iteratief
  5. poging (de handeling is niet gelukt) / conatief

Voorbeelden:

  1. ὁ κύων ἔμενεν – de hond wachtte > de hond bleef (maar) wachten
    Wachten is (helaas vaak) een langdurige handeling (duratief).
  2. ὁ ἀνὴρ ἔτυπτε τὸν κύνα. –  de man sloeg de hond
    Herhalend/iteratief aspect: de man sloeg vaak/steeds/regelmatig de hond.
  3. ὁ ἀνὴρ ἐκάθευδε, ὅτε ὁ κύων ὑλάκησε. – de man sliep, toen de hond blafte.
    Achtergrond: de man was aan het slapen, toen de hond blafte (aor.)
  4. ὁ ἀνὴρ ἐκάθευδε, ἀλλ᾽ ὁ κύων ὑλάκτει. – de man sliep, maar de hond blafte.
    Poging/conatief + herhalend: de man probeerde te slapen, maar de hond blafte steeds.

Een goede vertaler laat in het Nederlands de verschillende aspecten van het imperfectum horen in de vertaling. Om die reden kan er op het examen (indirecte vraag over de grammatica) gevraagd worden op welk woord een vertaler ‘vaak’ of ‘probeerde’ heeft gebaseerd. Deze komen dus voort uit het Griekse imperfectum en staan niet als aparte woorden in de tekst.

Aoristus

Aoristus (en perfectum) is in veel opzichten precies tegenovergesteld aan het imperfectum. Een aoristus drukt een afgeronde handeling uit.

  1. voltooid
  2. focus (handeling): belangrijkste handeling in de zin (t.o.v. het imperfectum)
  3. kortdurend
  4. eenmalig
  5. succesvol

In het Nederlands kun je soms het voltooide aspect van een aoristus goed weergeven met een voltooide tijd (heeft/had gesmurft) ten opzichte van een onvoltooide vertaling (smurfte).

Aoristus kan ook nog iets bijzonders doen: aangeven dat een handeling is begonnen (ingressieve aoristus). Vaak gebeurt dit met een participium aoristus (ingressief) en een aoristus persoonsvorm om de focushandeling uit te drukken.

  1. ingressieve aoristus

γελάσας εἶπεν – nadat hij had gelachen, zei hij > In lachen uitgebarsten zei hij…

Praesens

Het praesens kan als onvoltooide tijd alle aspecten van een imperfectum uitdrukken, maar op CE’s vragen ze vaak naar het gebruik van het praesens in één van deze drie situaties:

  1. nu’: de handeling is voor de karakters/in het verhaal gaande
  2. Algemene waarheid: uitdrukkingen, gezegdes, stereotypen; allerlei dingen die zouden kunnen worden opgevat als algemeen geldend staan vaak in het praesens.
  3. Praesens historicum: in een verhaal in de verleden tijd kan een praesens uitdrukken dat dit een zeer belangrijk moment, een keerpunt, in het verhaal is: de fatale beslissing, een probleem, een schokkende ontdekking, een onverwachte reactie, etc.

TIPS

  • Noteer in je antwoord op een grammaticavraag zowel de tijd als het juiste aspect in je antwoord. Het noteren van de tijd is niet nodig als in de vraag de tijd al genoemd is.
  • Neem de betekenis van werkwoorden mee in je overweging van welk aspect er sprake is.
  • Licht je antwoord alleen toe als daarom gevraagd wordt.
  • Maak alleen grammaticale aantekeningen in je Griekse teksten over de tijd van werkwoorden waar dat inhoudelijk ook relevant is. Je hoeft geen aantekeningen te maken over het gebruik van de optativus, conjunctivus, participium of grammaticale constructies. Daar worden geen (directe) vragen over gesteld.

‘Leg uit dat de grammaticale constructie door de vertaler niet is overgenomen’

Op het CE wordt je grammaticale kennis vooral getest door middel van je eigen vertaling, maar je grammatica kan ook met een omweg worden getest met een vraag over een vertaling van een professional. Je herkent dit soort vragen aan formuleringen als ‘grammaticale constructie’, ‘grammaticale structuur’, ‘grammaticaal verschijnsel/gegeven/element’.

Als ze aan je vragen om de vertaling van een specifiek woord uit te leggen, dan gaat het eigenlijk vaak weer over het aspect van het werkwoord (zie vorige alinea) of over de inhoud/interpretatie. Als ze willen weten hoe de grammaticale structuur van de Nederlandse vertaling afwijkt van het Griekse origineel, bedenk dan wat Grieks wél kan, wat het Nederlands niet/moeilijk kan. Twee belangrijke zaken komen boven:

  1. Participia: het Grieks heeft een heel scala aan participia, incl. genitivus absolutus-constructie, die het Nederlands niet kent. Wij hebben alleen een actief tegenwoordig deelwoord (‘werkend’) en een passief voltooid deelwoord (‘gewerkt’).
  2. Medium/passief: Het Grieks maakt actief makkelijk medium (dat hebben we al niet in het Nederlands) en passief door de uitgangen te veranderen, maar in het Nederlands moeten we hulpwerkwoorden gebruiken.

Als ze dus vragen naar een verschil in grammaticale structuur, kijk dan eerst naar de werkwoorden. Zijn participia als bijzin (met een voegwoord of die/dat-zin) weergegeven of zijn het ineens hoofdzinnen geworden? Zijn passieve constructies nog steeds passief in de vertaling of stiekem actief geworden? Negen van de tien keer zit de verandering daarin. In sommige gevallen is er vanuit het Grieks naar het Nederlands gekozen om de woordsoort te veranderen. In het Griekse origineel staat bijvoorbeeld een bijvoeglijk naamwoord dat in het Nederlands ineens een bijwoord is geworden.

TIPS

  • Als je ergens een extra ‘en’ in de Nederlandse vertaling ziet, die niet terug te vinden is in het Grieks, dan is er waarschijnlijk een participium als hoofdzin vertaalt.
  • Als een passieve zin actief vertaald is, dan is ook het Griekse onderwerp in het Nederlands lijdend voorwerp geworden.
    τ παιδίον ὑπὸ τῆς μητρὸς κατεφιλήθη – (het kind was gekust door zijn moeder)
    De moeder kuste haar kind.
  • Het toevoegen, weglaten of concreet maken van een woord ten behoeve van tekstbegrip of leesbaarheid in het Nederlands is géén verandering in grammaticale constructie.

Oefenen met grammaticale vragen voor het eindexamen Grieks

Je kunt niet oefenen met oude examens Grieks om je vaardigheid met grammaticavragen te testen, tenzij de tekst van een oud examen overlapt met de tekst van jouw examen. Wel kun je oefenen met de grammaticale vragen in je examenbundel (Hermaion/Eisma) of met voorbeeldvragen van je docent.

Reacties

Cerianne Porton

Blijf op de hoogte
en mis niets!

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen en onze activiteiten?
Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief!