Hoe klonk het Latijn?

Van het Latijn weten we vrij goed hoe het geklonken moet hebben, ook al is het nu een dode taal. Via spelfouten, transcripties van namen naar het Oudgrieks en de ontwikkeling van moderne vreemde talen leren we hoe Cicero zijn moedertaal uitsprak.
Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

De wetenschappelijk gereconstrueerde uitspraak van het klassiek Latijn

Hoe heeft het Latijn geklonken? Hoe weten we hoe het Latijn uitgesproken werd? Waarom is het belangrijk ons hiermee bezig te houden? Allemaal goede vragen waarop ik in dit artikel antwoord probeer te geven.Als docent Latijn en Latijnspreker hoor ik vaak dat we helemaal niet zouden weten hoe het Latijn geklonken heeft. Maar dat is niet zo. We weten namelijk vrij goed hoe het Latijn in de verschillende periodes uitgesproken is. Zolang archeologen geen geluidsopnames vinden met daarop redevoeringen van Cicero zelf, zullen we het natuurlijk nooit 100 procent zeker weten, maar we komen dicht in de buurt.

Drie manieren om Latijn uit te spreken

Er zijn grofweg drie manieren om het Latijn uit te spreken: de gereconstrueerde en ecclesiastische uitspraak en de zogenaamde schooluitspraak.

In Nederland is de meest gebruikte manier de schooluitspraak: leerlingen leren dat de c altijd als een /k/ klonk en dat de u uitgesproken moet worden als een /oe/, maar verder spreken ze de woorden uit volgens de Nederlandse uitspraakregels en nog erger: met de Nederlandse beklemtoning.

De andere twee uitspraken zijn zogenaamde historische uitspraken: de gereconstrueerde uitspraak van het klassiek Latijn en de wat latere ecclesiastiche of kerkuitspraak van het Latijn. Deze uitspraken houden rekening met de juiste beklemtoning en met de lengtes van de klinkers. De ecclesiastische is een meer Italiaanse uitspraak van het Latijn. Een woord als caelum (hemel) klinkt dan als /tsjeeloem/. In dit artikel ga ik in op de gereconstrueerde uitspraak van het klassiek Latijn.

Hoe weten we hoe het Latijn geklonken heeft?

Het standaardwerk op het gebied van de Latijnse uitspraak is het boek Vox Latina – A Guide to the Pronunciation of Classical Latin  van William Sydney Allen.

W. Sidney Allen was een Engelse linguist en filoloog die veel onderzoek heeft gedaan naar de Indo-Europeese fonologie. In 1965 bracht hij na verschillende andere publicaties het boek Vox Latinauit (Cambridge University Press). Drie jaar later verscheen de Griekse versie Vox Graeca .

Het gaat nu wat ver om alle methodes die Allen heeft toegepast uitvoerig te bespreken, maar de belangrijkste bewijzen voor zijn reconstructies zijn de volgende:

  1. In de oudheid werd er door grammatici al over de uitspraak geschreven. We kunnen dus uit eerste hand lezen waar in de mond bepaalde klanken werden uitgesproken;
  2. Romeinen waren dol op woordgrapjes en klankeffecten en het nadoen van natuurlijke geluiden;
  3. De manier waarop Latijnse woorden in andere talen worden uitgesproken ;
  4. De ontwikkeling van de Romaanse talen (Frans, Italiaans, Spaans, Roemeens, etc.)
  5. De manieren waarop de Romeinen hun woorden in letters weergaven (spellingconventies) met inbegrip van spelfouten (die zijn zeer veelzeggend);
  6. De interne structuur van het Latijn zelf, waaronder de verschillende metrische patronen.

Het is verder belangrijk je te realiseren dat er variaties in de uitspraak waren, zoals vandaag de dag ook in onze eigen taal of zoals bij het Engels. Je kunt zo horen waar iemand vandaan komt.

Gereconstrueerde uitspraak klassiek Latijn

Latijnse klinkers

Het Latijn kent zes klinkers (a, e, i, o, u, y) die zowel lang als kort konden worden uitgesproken. De lange klinkers worden in de betere Latijn methodes (zoals Lingua Latina van Ørberg) en in woordenboeken aangegeven met een liggend streepje boven de betreffende klinker. Zo’n liggend streepje heet een macron. De i-grec (y) of Griekse ij werd in het Latijn als de Griekse upsilon uitgesproken (als onze u).

Korte klinkers

LetterKlankUitspraak
a/a/ram
e/e/ekster
i/i/kip
o/o/bok
u/oe/gnoe
y/u/fuut

Lange klinkers

LetterKlankUitspraak
ā/aa/aap
ē/ee/eend
ī/ie/mier
ō/oo/konijn
ū/oe/langoer
/uu/vuursalamander

Tweeklanken (diftongen) in het Latijn

LetterKlankUitspraak
ae < ai/aj/taigagaai
au/ow/pauw
ei/ej/reeën
eu/ew/leeuw
oe < oi/oj/ooievaar
ui/oej/zeekoeien

Net als in het Nederlands bestaan er ook combinaties van klinkers die samen op een bepaalde manier worden uitgesproken.

De combinaties bestaan telkens uit een aeo of uplus een ei of u.

De ae en de oe werden in ouder Latijn gespeld als ai en oi.

In feite is de uitspraak van de klanken precies waar ze voor staan. Eu is niet zoals in de schooluitspraak een ui-klank, maar een kort achter elkaar uitgesproken e met u (= /oe/), dus /ew/.

Semi-vocalen: letters die zowel klinker als medeklinker zijn

De i en u werden soms ook als medeklinkers gebruikt. In sommige edities worden ze dan als een j of v gespeld. Als je de v als een /oe/ uitspreekt als het gevolgd wordt door een klinker, bijvoorbeeld in het woord vinum /oeienoem/, dan gaat de eerste klank vanzelf als een brede w klinken, zoals in het Engelse wine en wind. Maar dus niet als onze Nederlandsew of v.

LetterKlankUitspraak
i/j/jakhals
u/w/angwantibo; niet als in walvis

Medeklinkers (consonanten)

LetterKlankUitspraak
b/b/bij
bs/ps/rups
bt/pt/reptiel
c/k/kat
ch/kh/eekhoorn
d/d/das
f/f/flamingo
g/g/grizzlybeer; nooitals in giraffe of 
guppy
gn/ngn/langnekmoeras-schildpad
gu/gw/pinguin
h/h/hond
k/k/koala
l/l/lama
m/m/mol
n/n/nijlpaard
ng/ng/dingo
p/p/paard
ph/ph/kemphaan
qu/kw/quokka
r/r/ratelslang
s/s/spin; nooit als z
su/sw/koekoekswever
t/t/tijger
th/th/fluithaas
v/w/angwantibo
x/ks/ekster
z/z/zebra
  • de b klonk aan het einde van het woord ook als een /b/. Zeker als er een klinker op volgt kan je de b goed horen: ob amōrem: /o-ba-moo-rem/.
  • De ch was een geaspireerde k-klank als in het Engelse cat.
  • De g klonk als een Engelse of Franse /g/.
  • De g werd genasaliseerd als er een n op volgde. Magnus ‘groot’ klonk dus als /mang-noes/.
    De h werd veel lichter uitgesproken dan dat wij dat nu zouden doen.
  • De -m aan het einde van woorden werd ook heel licht (en bijna genasaliseed) uitgesproken. Zo ook de -n voor -s- en -f-.
  • De ph was een geaspireerde p, zoals je ook nog in het Engels hoort bij de uitspraak van bijvoorbeeld power.
    De r werd achter de tanden uitgesproken als een rollende r: “Danoontje powerrrrrr!”
  • De combinatie -ti- klinkt altijd als in reptiel
    De th was een geaspireerde t als in het Engelse top.
    De v klonk als een brede w-klank, als in het Engelse wind of wine.

Klemtoon bij Latijnse woorden

De klemtoon in het Latijn is relatief eenvoudig (enkele uitzonderingen buiten beschouwing gelaten):

  • bij eenlettergrepige woorden kan de klemtoon niet missen;
  • bij tweelettergrepige woorden valt de klemtoon altijd op de eerste lettergreep;
  • bij drie- of meerlettergrepige woorden valt de klemtoon op de voorlaatste of voorvoorlaatste lettergreep (van achteren tellen dus!)

De klemtoon is dus eigenlijk alleen een probleem bij drie- of meerlettergrepige woorden:

  • De klemtoon valt op de voorlaatste lettergreep als die lettergreep lang is. Dat betekent dat die lettergreep een lange klinker of tweeklank bevat (zie boven) of een gesloten lettergreep is (eindigt op een medeklinker).
  • In alle andere gevallen is de lettergreep kort en valt de klemtoon op de voorvoorlaatste lettergreep.

Waarom zouden we het Latijn uitspreken?

Waarom al die moeite doen om een dode taal uit te spreken? Wat maakt het allemaal uit? In mijn optiek is het belangrijk om het Latijn zo goed mogelijk uit te spreken om een indruk te krijgen van hoe de antieke teksten geklonken hebben. We moeten ons goed realiseren dat de teksten in die tijd bedoeld waren om voorgelezen te worden, niet om in stilte te lezen.

De vorm van de teksten was minstens zo belangrijk als de inhoud en door de teksten goed uit te spreken krijgen we een indruk van de verschillende klankeffecten waarvan de teksten doorspekt zijn. Door rekening te houden met korte en lange klinkers is het juist beklemtonen van woorden en het metrisch lezen van poëzie ook een stuk makkelijker.

Naast de hierboven reeds genoemde bronnen, zijn er sinds 2018 ook de volgende bronnen online te raadplegen:

  • Ik ken maar weinig collega’s in Nederland die de Klassieke uitspraak zo goed beheersen en zoveel van het onderwerp afweten als Thomas Bervoets. Op de site Stilus van Leo Nellissen deelt Thomas zijn kennis over dit onderwerp.
  • Een Amerikaanse collega en vriend is Luke Amadeus Ranieri die door middel van filmpjes op YouTube veel informatie geeft over de gereconstrueerde uitspraak.
  • Oudheidkundige Jona Lendering interviewt in een aantal korte filmpjes oudheidkundigen, archeologen en classici over hoe zij weten wat zij weten. In juli 2018 heeft hij mij geïnterviewd over de Latijnse uitspraak. Het resultaat staat inmiddels op zijn website en op YouTube.
Hoe weten we hoe het Latijn heeft geklonken heeft?

Reacties

Casper Porton

Blijf op de hoogte
en mis niets!

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen en onze activiteiten?
Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief!