Latijn is net puzzelen? Geen sprake van!

Onderstaand interview met Casper Porton van Addisco Onderwijs over de methode 'Lingua Latina per se illlustrata' van Ørberg verscheen in het aprilnummer (2017) van het VCN Bulletin van de Vereniging Classici Nederland en is geschreven door Johan Bel.

In vorige nummers van het VCN-bulletin lieten we de makers van enkele recente leergangen uitgebreid aan het woord. Deze keer besteden we aandacht aan een leergang waarvan de eerste versie al in 1955 verscheen. De nieuwste versie van dit boek, Lingua Latina per se Illustrata (LLPSI), is aan een opmerkelijke opmars bezig in het Nederlandse gymnasiale onderwijs. De schrijver van het boek, de Deen Hans Ørberg, overleed in 2010. Casper Porton, bekend als oprichter van Addisco en winnaar van de OIKOS Award 2016, beantwoordt in dit artikel vragen over deze leergang Latijn en de achterliggende didactiek. Hij ontwikkelde digitaal materiaal bij de serie, maakte het boek weer beschikbaar in Nederland en doceert al ruim tien jaar zowel scholieren, volwassenen als docenten met deze methode.

Casper, LLPSI is de enige methode Latijn in Nederland volledig in het Latijn. Is het dan ook de bedoeling dat leraren de hele les Latijn spreken en dat leerlingen een dode taal leren spreken?

Nee, dat is absoluut een misverstand. Het doel van het boek is om je te leren lezen in het Latijn: van links naar rechts, zonder te puzzelen, zoals je dat met een Engelse tekst ook doet. Door de inzet van gesproken Latijn tijdens de les biedt de docent de leerlingen meer input, maar hij hoeft zeker niet de hele les Latijn te spreken. Sowieso, als ik een Ciceroniaanse redevoering tegen eersteklassers houd, vol onbekende woorden en zonder visuele hulpmiddelen, dan leren ze niks. Taalverwerving vindt alleen plaats als je de boodschap in die taal begrijpt. Alles wat de docent zegt in het Latijn, moet dus op een niveau zijn dat de leerling het kan volgen: zogenoemde comprehensible input. Dat activeert het natuurlijk vermogen van de hersenen om een taal te verwerven en zo leert iemand alle woorden en grammatica in context. Inputvaardigheden zijn lezen en luisteren. Output –schrijven, spreken– is een resultaat van goede input. Output zelf draagt niet bij aan taalbegrip, maar is een bewijs van taalbegrip.

Leerlingen die met LLPSI en actieve didactiek les krijgen, hoeven zelf niet Latijn te spreken of schrijven, maar blijken wél goed te kunnen vertalen. Ze begrijpen namelijk wat er staat vóór ze de vertaalslag naar het Nederlands maken. Nu is het meestal nog andersom: leerlingen vertalen een tekst om te begrijpen wat er in het Grieks of Latijn staat. Een leerling valt dan terug op trucjes, maar heeft eigenlijk vaak geen idee wat hij aan het doen is.

Als je de teksten uit Familia Romana (het eerste deel van de leergang van Ørberg, red.) bekijkt, valt op dat ze behoorlijk lang zijn en dat de moeilijkheidsgraad maar langzaam toeneemt. Wat is de gedachte hierachter?

Om originele Latijnse teksten te kunnen lezen heb je eerst veel comprehensible input nodig. Daarom bouwen de teksten heel geleidelijk op, met veel herhalende elementen. Als je een woord maar één keer ziet, onthoud je het niet! Dus laat Ørberg de woorden en grammaticale constructies meerdere malen zien. In deze teksten wordt de taal door de context, plaatjes en een ingenieus aantekeningensysteem uitgelegd. Uiteindelijk verwerven leerlingen zo een veel dieper begrip van het Latijn: ze kunnen niet alleen over de taal denken, maar ook in de taal. Vergis je verder niet in het niveau van de teksten: de Latinitas is ook bij de eerste teksten uitstekend; alle woorden en uitdrukkingen zijn geattesteerd.

Hoewel Ørberg zijn methode schreef toen er nog weinig onderzoek werd gedaan naar de werking van onze hersenen, leerprocessen en taalverwerving, waren er in die tijd al wel verschillende experimenten gaande om te kijken hoe je een taal het beste kunt leren. Het onderwijs in Latijn en Grieks kent bovendien een lange traditie met vele didactische stromingen. Ørberg heeft daarvan gebruik gemaakt bij het schrijven van deze teksten, en -niet onbelangrijk- het is door vele Latinisten becommentarieerd en verbeterd tot de versie die nu beschikbaar is.

Het is toch niet de bedoeling dat de teksten uit Familia Romana door de leerlingen (of de leraar) vertaald worden? Hoe verloopt een les over zo’n tekst dan wél?

Wat je met het materiaal kan doen, is natuurlijk alleen beperkt door je creativiteit. Zelf start ik een nieuw hoofdstuk door relevante woorden en grammatica te behandelen aan de hand van plaatjes, gebaren, toneel, video of andere werkvormen gebaseerd op TPRS (Teaching through Reading & Storytelling), TPR (Total Physical Response) of Story-Listening (SL). Voordoceren dus. Tegen de tijd dat we dan de tekst gaan lezen, zijn de woorden al bekend. Met sturende vragen (in het Latijn of Nederlands) check ik tussendoor of leerlingen begrijpen wat we lezen. Daarna kunnen ze zelf aan de slag met de stof: door het hoofdstuk te herlezen of een extra tekst te lezen op hetzelfde niveau, (online) oefeningen te maken of zich te verdiepen in een bijbehorend cultureel onderwerp. Met deze manier van doceren worden je lessen naar mijn mening gevarieerder. Je maakt ook veel meer meters in het Latijn, want lezen gaat sneller dan vertalen. Leerlingen vinden de lessen ook leuker, omdat ze zich door de comprehensible input competent voelen. Die competentie leidt weer tot een hogere motivatie voor het vak.

Veel classici vinden het een mooi ideaal, Latijn echt kunnen lezen, maar is dat haalbaar zonder de leerlingen uitvoerig met grammatica te laten oefenen? En hoe zit het met toetsen? Uiteindelijk moeten leerlingen toch kunnen vertalen op het eindexamen.

Het klinkt misschien idealistisch, maar het is echt goed realiseerbaar. De vele docenten klassieke talen die op het moment met Actief Latijn en LLPSI werken, zijn het levende bewijs. Er blijven natuurlijk sceptici, en kritisch kijken naar ontwikkelingen is belangrijk. Al het taalonderzoek bewijst echter keer op keer dat comprehensible input onmisbaar is bij taalverwerving. Grammatica is niet iets om te negeren, maar het moet een andere plaats krijgen in de les. Je kunt op toetsen nog steeds grammaticale vragen stellen en je leerlingen laten vertalen. Als je ze hebt leren lezen, kun je ze daarna ook leren om te analyseren en te vertalen, maar ze zullen nooit leren lezen door enkel te analyseren en vertalen.

De oorspronkelijke oefeningen die Ørberg bij zijn methode heeft ontwikkeld focussen op woorden en grammatica. Ze zijn handig voor de woordenschat en om de grammaticale constructies te doorgronden, maar vragen – net als de taaloefeningen bij andere methodes – naar mijn mening net te veel output. Als toetsmateriaal binnen het Nederlandse onderwijssysteem vind ik het daarom minder geschikt, daarvoor ontwikkelen we nu nieuw materiaal.

Heel wat classici zijn vast gecharmeerd van ‘Actief Latijn’. Maar hoe gooi je het roer om? Latijn spreken hebben we tijdens onze studie immers niet geleerd.

Het belangrijkste is om te beginnen, of dat nou is door Familia Romana te lezen of door een cursus of zomerschool te volgen, maar begin met lezen! Toen ik ruim tien jaar geleden begon, was ik de enige in Nederland en heb ik mijn kennis bij elkaar gelezen en geluisterd (YouTube). Dat ging met vallen en opstaan, want naast goede boeken en Latijnsprekers, zijn er natuurlijk ook de nodige prullen en prutsers. LLPSI, een ware eye-opener voor mij, was destijds niet eens verkrijgbaar in Nederland. Maar nu is alle informatie makkelijk beschikbaar! In de Verenigde Staten en Europa zijn allerlei zomerscholen Latijn van verschillende niveaus en lengtes: van enkele dagen tot twee maanden.

Enige didactische kennis behorend bij Actief Latijn en de lespraktijk van comprehensible input is wel sterk aan te raden voor je met je nieuwe taalvaardigheid de klas induikt. Zoek voorbeelden op YouTube, lees ons blog, informeer bij collega’s. En, schaamteloze reclame hier: doe mee met een docentencursus van ons of onze Zomerschool: de week van 31 juli – 5 augustus is speciaal voor docenten. Je leert dan niet alleen je passieve kennis activeren, maar we besteden ook aandacht aan didactiek, werkvormen, differentiatie en toetsing.

We hebben het steeds over Latijn. Hoe zit het met Grieks? Zijn er al leraren die Oudgrieks in de klas praten? Is er een lesboek zoals LLPSI voor Grieks?

Ze zijn er (o.a. Sietse Venema en Mari van de Ven), maar het zijn er nog niet veel in Nederland. Op onze site hebben we een blog over methodes die in de buurt komen van LLPSI. De didactiek is trouwens zowel bij Grieks als Latijn toepasbaar.

Stel dat je carte blanche zou krijgen en helemaal alleen zou mogen bepalen hoe het onderwijs klassieke talen op de Nederlandse scholen vorm zou worden gegeven, wat zou er dan veranderen?

Voor mijn gevoel wordt er nu onevenredig veel tijd en aandacht besteed aan stampwerk en de bijbehorende pressiemiddelen om het stampwerk af te dwingen: toetsen. Dat mag van mij allemaal minder. Het ‘hidden curriculum’ van analytisch denken lijkt wel een doel op zich geworden bij ons vak en ik denk niet dat dit ten goede komt aan de inhoud en kwaliteit.

De taal en cultuur centraal dus: door te lezen bouwen we meer kennis op en krijgen we bovendien meer tijd voor andere elementen van het vak zoals receptie en etymologie. Als je leest, kun je de verschillende stijlen van de auteurs proeven, ervaar je de klankeffecten in poēzie en proza en waardeer je de keuzes in de woordvolgorde meer. We leren Grieks en Latijn, omdat het ons toegang geeft tot meer dan tweeduizend jaar aan prachtige literatuur. Ons vak is de sleutel tot een enorme schat aan kennis! Door te lezen kunnen we meer auteurs behandelen in de bovenbouw. Het klinkt tegenstrijdig, maar door meer direct te lezen, houden we meer tijd over voor andere belangrijke onderdelen van ons vak.

Hoewel ik sterk voorstander ben voor minder (gestandaardiseerd) toetsen en we altijd kritisch moeten kijken naar het nut van toetsing, denk ik dat het eindexamen in de huidige vorm niet direct aangepast hoeft te worden. Inhoudelijke vragen beantwoorden en een vertaling als bewijs dat je de teksten begrijpt, lijkt me redelijk.

De school die ‘t langst bezig is met Ørberg, heeft nu vierdeklassers die met deze leergang zijn grootgebracht. Hoe bereiden die leerlingen zich voor op een proefvertaling? Ze hebben toch nog nooit vertaald?

Sommige scholen focussen inderdaad volledig op de leesvaardigheid, andere laten leerlingen al vanaf het begin kleine stukjes vertalen op toetsen. Er is in de bovenbouw nog voldoende tijd om in te zetten op vertaaldidactiek: eigenlijk hoef je ze dan alleen nog te leren wat je wel en niet goed rekent en waarom dat zo is. Ze begrijpen namelijk al wat er in de Latijnse tekst staat. Overigens worden de vertaalwedstrijden in Nederland de laatste jaren steeds vaker gewonnen door leerlingen die hebben leren lezen, denk aan Jelmar de Vries en Imme Laseur bij de scholieren en dit jaar één van mijn cursisten bij de Klassieke Olympiade voor volwassenen.

Welke rol denk je dat het Levend Latijn zou kunnen/moeten spelen bij de studies GLTC op de universiteit?

De eerste stapjes worden al gezet: op de RUG krijgen studenten grammaticacolleges aan de hand van Familia Romana. Ik zie Levend Latijn en contextueel inductief onderwijs natuurlijk graag een grotere rol krijgen, vooral bij de taalverwervingsvakken in het eerste jaar. Hoeveel beter kunnen je lessen niet worden als je alle woorden in context begrijpt, de nuance-verschillen aanvoelt tussen verschillende synoniemen en in het algemeen je taalbegrip veel dieper is? Een volgende stap zou zijn dat studenten bij literatuurvakken naast Engelse of Duitse commentaren ook Latijnse commentaren kunnen gebruiken. Bij de docentenopleiding moeten studenten zowel les krijgen over onbewuste taalverwervinsgprocessen als over de grammatica-vertaalmethode en het bijbehorende taalonderzoek, zodat ze een geïnformeerde keuze kunnen maken over de inrichting van hun eigen lespraktijk.

Toen je twaalf jaar geleden begon met Addisco was het Levend Latijn nog nauwelijks bekend in Nederland. Ben je zelf enigszins tevreden over wat je tot nu toe hebt bereikt?

Ja, al is niet alle bekendheid mijn verdienste natuurlijk. Het is geweldig om te zien dat in Nederland nu echt een groeiende golf van enthousiaste docenten ontstaat. Tien jaar geleden was ik alleen, nu zijn er allemaal collega’s die meedoen! Fantastisch dat deze didactiek zo’n bekendheid heeft gekregen in korte tijd.

Casper Porton woont in Hilversum, waar hij zijn eigen onderwijsinstituut heeft: Addisco. Voor docenten interessant zijn de cursussen Actief Latijn die hij het hele jaar door geeft en de Zomerschool Latijn, die hij elk jaar samen met de Italiaanse latinist Roberto Carfagni geeft. Op de website www.addisco.nl is er meer over te lezen. Ook voor wie meer wil weten over het Actief Latijn kan hier veel van zijn gading vinden. De boeken van Ørberg zijn ook via Addisco te bestellen.

VCN Bulletin (tijdschrift van de Vereniging Classici Nederland) – April 2017 – Jaargang 42 (Nr. 168)

Reacties

Gastauteur

Gerelateerde artikelen

  • Alle
  • Didactiek
  • Eindexamen
  • Et cetera
  • In de media
  • Inspiratie
  • Lesmateriaal
  • Nieuws
  • Opinie
  • Scholieren
  • Terugblik
Alle
  • Alle
  • Didactiek
  • Eindexamen
  • Et cetera
  • In de media
  • Inspiratie
  • Lesmateriaal
  • Nieuws
  • Opinie
  • Scholieren
  • Terugblik
Nieuws

Lesaanbod voorjaar 2024

Nieuws

Oudheidagenda 2024 – Tips voor de leukste activiteiten over de oudheid

Nieuws

Dag 2023, op naar 2024! We blikken terug en vooruit.

Eindexamen

Welke examenvragen kan ik verwachten op het eindexamen Latijn 2024 – Livius

EindexamenScholieren

Oefenen met Latijn vertalen – examen 2024 Livius

Nieuws

Nieuw cursusjaar 2023-2024: lesaanbod najaar 2023

Blijf op de hoogte
en mis niets!

Wil je op de hoogte blijven van nieuwe artikelen en onze activiteiten?
Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief!